Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde

Open access 2020

NTvN 85-12

Het decembernummer is uit!

Natuur en techniek in het basisonderwijs

Ed van den Berg vertelt in het decembernummer over de actuele stand van zaken van natuur en techniek in het basisonderwijs.

Vorige Volgende

Artikel

Open access 2020

Gepubliceerd: 1 November 2019 11:57

Met de komst van de openaccessbeweging verandert het traditionele publiceren in wetenschappelijke tijdschriften. De vraag die deze beweging stelt: waarom kan de belastingbetaler, die meebetaalt aan het onderzoek, eigenlijk niet de resultaten ervan lezen? Op de Universiteit Twente ging ik op onderzoek uit en sprak ik openaccess-specialist Nicole Loorbach en mijn docent Detlef Lohse over de implicaties van open access publiceren.

Auteur: Romaine Kunst

De term open access heeft twee betekenissen: hij staat voor een academische beweging en voor een businessmodel. De openaccessbeweging streeft naar gratis toegang tot wetenschappelijke informatie. Openaccess.nl beschouwt een publicatie open access wanneer “iedereen de inhoud kan lezen, downloaden, kopiëren, distribueren, printen, indexeren, in het onderwijs gebruiken, ernaar en erin zoeken, of anderszins gebruiken binnen de wettelijk geldende afspraken. Er zijn dan geen financiële, juridische of technische barrières om de informatie te lezen”. Daarnaast staat het openaccessbusinessmodel voor wetenschappelijk publiceren waarbij de inhoud van de publicatie gratis voor de lezer beschikbaar is. In dit artikel wordt hiernaar gerefereerd als het pay-to-publish-model, omdat de auteur betaalt om te publiceren. Traditioneel gezien werd er gebruikgemaakt van het abonnementsmodel, oftewel het pay-to-read-model, waarbij de lezer betaalt om toegang te krijgen tot een artikel. Ook de auteur zelf moet daarvoor betalen, tenzij de onderzoeksinstelling waar hij of zij werkt een abonnement heeft op het tijdschrift. In tegenstelling tot de meeste andere vormen van publiceren behouden auteurs hun auteursrechten, ze mogen hun eigen werk dan ook delen voor commerciële doelen hoe, waar en wanneer ze dat willen.
De regering heeft voorgesteld dat vanaf 2020 alle wetenschappelijke publicaties in tijdschriften open access beschikbaar moeten zijn. Het is een mooi en idealistisch idee dat wetenschappelijke informatie vrij toegankelijk beschikbaar is voor iedereen, maar hoe wordt dit geïmplementeerd? Om de overgang naar open access te stimuleren is Plan S gelanceerd door Science Europe op 4 september 2018. Plan S is een initiatief voor open access publiceren vanuit cOAlition S, een consortium opgericht door grote nationale onderzoeksbureaus en -financiers uit twaalf Europese landen. Het plan geeft praktische richtlijnen aan onderzoeksfinanciers in Europa en in Nederland heeft dat betrekking op NWO die vanaf 2021 Plan S gaat implementeren. Wanneer een publicatie gefinancierd wordt door NWO, zal het met een open licentie gepubliceerd moeten worden met behoud van auteursrecht.

Routes naar open access
Onderzoekers kunnen publiceren met een open licentie via drie wegen. Ten eerste is er de gouden route. Publicaties via de gouden route zijn helemaal open access vanaf de eerste openbaarmaking en ze worden volledig open access gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift.
De tweede optie is de groene route. Publicaties via de groene route zijn gesloten gepubliceerd, maar staan daarvoor al open in een repository, bijvoorbeeld die van een universiteit. Hier spelen uitgevers echter wel op in door te stellen dat alleen de inhoud (na peerreview) opengesteld mag worden, niet de mooi opgemaakte eindversie, en alleen na een embargoperiode van soms wel vier jaar. Tot die tijd is het alleen toegankelijk voor abonnees. Sinds 2015 is de Nederlandse Auteurswet daarom uitgebreid met Artikel 25fa, oftewel het amendement van Taverne. Hier staat in dat kort werk van wetenschap (geïnterpreteerd als artikelen) na een redelijke termijn open beschikbaar mag worden gesteld. In een VSNU-project definieerden de universiteiten dat die redelijke termijn zes maanden is en dat kort werk geïnterpreteerd wordt als de uiteindelijk gepubliceerde eindversie. Op die manier zijn al veel artikelen uit 2018 en 2019 open beschikbaar gesteld.
Als laatste optie kan een onderzoeker een artikel open publiceren in een abonnemententijdschrift, ook wel bekend als hybride tijdschriften. Dit is een versie van de gouden route. Hier zitten echter wel wat haken en ogen aan. De uitgevers zien hier namelijk een nieuw verdienmodel in en vragen een vergoeding voor het open access publiceren van een artikel aan de auteur, boven op de standaardabonnementsprijs. Dit heet double dipping. De Nederlandse universiteiten (VSNU) namen vanaf dat moment, als gevolg hiervan, het initiatief om nieuwe overeenkomsten te sluiten met de uitgevers, zodat niet meer dubbel betaald wordt en auteurs van Nederlandse universiteiten kosteloos open access kunnen publiceren. Plan S staat publiceren in een hybride tijdschrift alleen toe als er een overeenkomst met de uitgever is gesloten waarin staat wanneer het tijdschrift overgaat naar volledig open access.

Auteursrechten
Eerder was al genoemd dat publicaties gefinancierd door NWO gepubliceerd moeten worden met een open licentie en met behoud van auteursrecht. In Plan S behoudt de auteur het auteursrecht door de verplichte toepassing van Creative Commons-licenties. Een onderdeel van de auteursrechten zijn de exploitatierechten, die je het recht geven om je publicatie openbaar te maken en daar geld aan te verdienen. Die rechten geef je bij publiceren in een tijdschrift met een abonnementsmodel weg aan de uitgever. Je mag je eigen publicatie dan niet zomaar delen en geld ervoor vragen, ook delen in de repository van een universiteit of op sites als ResearchGate mag niet. Met open access behoud je je auteursrechten en mag je je eigen werk delen hoe, waar en wanneer jij dat wilt. Met een Creative Commons-licentie bepaal je vooraf wat anderen met je publicatie mogen doen.

Binnen de natuurkundegemeenschap
Binnen veel natuurkundige onderzoeksgroepen is het gebruikelijk om via de groene route te werken, dus door artikelen open, maar zonder peerreview, in een repository te plaatsen. Veel tijdschriften van geleerde genootschappen of wetenschappelijke genootschappen zoals de Physical Review Family van de American Physical Society (APS) accepteren artikelen die al gepost zijn op het arXiv-repository. Ook de NNV is een geleerd genootschap en bracht in het verleden de tijdschriftenfamilie Physica uit. De peerreview of het referentenproces borgt de kwaliteit. Als het artikel wordt geaccepteerd, eventueel na aanpassingen, krijgt het een kwaliteitskeurmerk en wordt het in het tijdschrift gepubliceerd en tegelijk geüpdatet op arXiv. Dit is allemaal open access en geen probleem voor de natuurkundegemeenschap. De tijdschriften van de geleerde genootschappen passen het abonnementen of pay-to-read-model toe. De lezer betaalt in feite voor het kwaliteitskeurmerk. Het doel van deze tijdschriften is om artikelen met een hoge kwaliteit te publiceren en een bescheiden winst te maken die geïnvesteerd kan worden in activiteiten voor de eigen wetenschappelijke gemeenschap.
Commerciële uitgevers hebben naast het doel om een wetenschappelijk keurmerk te geven aan een artikel ook het doel om zo veel mogelijk winst uit te keren aan hun aandeelhouders of eigenaars. Uitgevers zoals Elsevier of Springer Nature zijn beursgenoteerd. Bij open access wordt het pay-to-publish-businessmodel toegepast, waarbij auteurs tegen betaling hun artikelen kunnen publiceren.
De meningen over open access zijn zelfs onder onderzoekers maar ook onder financiers erg verdeeld. In dit artikel worden twee verschillende invalshoeken besproken. Ten eerste vertelt openaccess-specialist Nicole Loorbach over haar werk en legt ze uit hoe ze onderzoekers steunt in de transitie naar open access. Ten tweede bespreekt hoogleraar Detlef Lohse, een van de leidende natuurkunde-onderzoekers in Nederland, zijn argumenten tegen Plan S en wat volgens hem wel praktische oplossingen zouden kunnen zijn.

Uitleg van een openaccess-specialist
Nicole Loorbach is de openaccess-specialist van de Universiteit Twente sinds maart 2016. Haar werk varieert van strategie en beleid op landelijk en UT-niveau tot het bepalen of onderzoekers in aanmerking komen voor open access publiceren bij een bepaalde uitgever. Zijzelf is het aanspreekpunt vanuit de universiteit en houdt zich onder andere bezig met de landelijke routes die zijn vastgesteld om de doelen van de regering te halen. De Nederlandse universiteiten publiceren nu al meer dan de helft van hun wetenschappelijke artikelen open access, maar 100% in 2020 is nog een hele uitdaging. We moeten ons ook niet blindstaren op die 100%, vertelt Loorbach. Dat percentage is kwetsbaar, want het hangt bijvoorbeeld af van de overeenkomsten die gesloten zijn met uitgevers. Als zo’n overeenkomst verbiedt om open access te kunnen publiceren, dan zakt het percentage. Het gaat om de omslag naar een nieuw bestel van onderzoek doen en publiceren.
In het regeerakkoord van 2017 is vastgesteld dat open access de norm moet worden in wetenschappelijk onderzoek. Toen open access net opkwam, waren veel onderzoekers terughoudend. In 2015 deed de universiteitsbibliotheek van de Universiteit Twente onderzoek naar de mening van UT-onderzoekers over dit onderwerp en dit leidde tot de conclusie dat eigenlijk niemand tegen het idee is dat de belastingbetaler die meebetaalt aan het onderzoek toegang heeft tot resultaten ervan. De meesten vinden het een mooi idee maar er zijn wel drempels. De grootste drempels zijn de kosten en de zorgen die onderzoekers hebben over de borging van kwaliteit. Onderzoekers dachten dat ze een keuze hadden: óf open access publiceren óf publiceren in kwaliteitstijdschriften. Dit zijn tijdschriften met een grondig peerreviewproces die veel gelezen worden binnen het vakgebied. Open access publiceren in kwaliteitstijdschriften wordt steeds makkelijker dankzij traditionele kwaliteitstijdschriften die open access bieden en uitstekende tijdschriften die volledig open access zijn. Lange tijd was de impactfactor van groot belang voor de onderzoeker of voor de reputatie van een onderzoeksinstituut. De impactfactor houdt in hoe vaak een artikel in een bepaald tijdschrift gemiddeld geciteerd wordt. Dat is nu van minder belang. Wanneer tegenwoordig een aanvraag wordt ingediend voor onderzoeksfinanciering, vraagt NWO niet naar de impactfactoren van de publicaties, maar naar de intrinsieke waarde van het voorgestelde onderzoek. NWO neemt daarvoor concrete acties. Zo zullen bijvoorbeeld meerdere vormen van wetenschappelijke output met een wetenschappelijke en/of maatschappelijke impact, zoals data, software, code en patenten betrokken worden bij het bepalen van de waarde van het onderzoek. Ook zullen de onderzoekers gevraagd worden verhalend aan te geven wat hun bijdrage is aan hun wetenschapsgebied.
Kortom, er zitten veel haken en ogen aan de overgang naar open access. Nicole Loorbach is persoonlijk van mening dat open access publiceren uiteindelijk het onderzoek verbetert. Bijvoorbeeld door een transparanter peerreviewproces. Traditioneel gezien werd een artikel doorgestuurd naar een paar onderzoekers uit hetzelfde vakgebied en hun reacties waren niet openbaar, hun namen werden zelfs niet bekendgemaakt. Tegenwoordig wordt dat opengebroken en worden de namen en commentaren steeds vaker zichtbaar. Anderen kunnen daar soms ook weer op reageren. Het traditionele denkbeeld verandert. De manier van publiceren verandert nu, maar misschien gaan we ooit wel helemaal af van het publiceren van artikelen, vertelt Nicole Loorbach. Dan zetten we onze onderzoeksdata online en kan iedereen op basis daarvan in discussie gaan. Loorbach is ervan overtuigd dat het onderzoek beter wordt nu we op weg zijn naar open wetenschap. Je wordt verplicht om onderzoek ethischer aan te pakken, de hele onderzoekscyclus wordt transparanter. Het gevolg is dat wetenschap voor iedereen meer toegankelijk wordt.

Detlef Lohse en Nicole Loorbach.

 

Standpunt van een hoogleraar
Detlef Lohse is hoogleraar Physics of Fluids aan de Universiteit Twente. Hij is een gerenommeerd wetenschapper en redacteur van verschillende wetenschappelijke tijdschriften zoals het Journal of Fluid Mechanics en is nauw betrokken bij Physical Review van APS als referent en productief auteur. In november 2018 gaf hij een presentatie bij het debat Plan S, the fast track to Open Access, georganiseerd door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en hij publiceerde deze zomer op 1 augustus het artikel On the quality and costs of science publication in Physics Today.

Detlef Lohse vertelt dat hij sinds zijn eerste artikel in 1991 alle preprints, de versie van een artikel voor de peerreview, openbaar maakt op arXiv.org, de online repository die we eerder noemden. Hij merkt op dat wetenschappelijke kwaliteit en peerreview aan de ene kant en het pay-to-publish-businessmodel aan de andere kant, twee tegensprekende doelen hebben. Commerciële uitgevers hebben namelijk niet alleen het doel om een wetenschappelijk keurmerk te geven aan een artikel (en soms helemaal niet), maar met name om zo veel mogelijk geld te verdienen. Plan S is dan ook mede door Frontiers geschreven, een Zwitserse commerciële uitgever uit het lagere segment, merkt Detlef Lohse op. Geld bestemd voor wetenschappelijk onderzoek moet niet gebruikt worden om de waarde van de aandelen te verhogen.
Detlef Lohse vertelt dat Plan S, zoals het nu geschreven is, de kwaliteitscontrole dreigt weg te halen. Ook slecht tot fout onderzoek kan dan vrij toegankelijk worden en dit is niet in het voordeel van de belastingbetaler. Die betaalt voor én het onderzoek én het pay-to-publish-model. Een betere oplossing is om het proces van peerreview en de kwaliteitscontrole te behouden en het te laten organiseren door de wetenschappelijke genootschappen. De tegenstelling is niet tussen open access en traditioneel publiceren maar tussen de wetenschappelijke genootschappen en de commerciële uitgevers. De doelen verschillen en Plan S pakt dat volgens Lohse niet goed aan.
Als onderzoeker wil je publiceren in tijdschriften van de wetenschappelijke genootschappen die hoge kwaliteit als voornaamste doel hebben. Dit is door Plan S echter niet mogelijk, geeft Lohse aan, omdat deze tijdschriften niet het pay-to-publish-model hanteren. Volgens Lohse is dat voor wetenschappers rampzalig. Ten eerste gaat het om veelgelezen tijdschriften en als je daarin niet mag publiceren heeft je werk minder impact. Jonge Nederlandse wetenschapper worden daardoor internationaal minder zichtbaar en krijgen minder snel een plek als postdoc in het buitenland. Omgekeerd wordt het moeilijker talent vanuit het buitenland naar Nederland te halen als veel andere landen het publiceren in de gewilde journalen wel toestaan. Hij vindt Plan S schadelijk voor de wetenschappelijke gemeenschap in Nederland.

Oplossing
Detlef Lohse ziet een mogelijke oplossing in de manier waarop het in Duitsland wordt aangepakt. De wetenschappelijke nationale wetenschappelijke genootschappen zijn onderhandelingen aangegaan met uitgevers. Ze werken via een lumpsum-regeling waarin ze bepalen hoeveel geld er wordt uitgegeven aan de uitgevers en die stelt dat de universiteiten alles mogen publiceren en iedereen het mag lezen. Met lumpsum is de stimulus weg om veel te publiceren. Zo blijven de kosten centraal, sta je als land samen sterk en blijft de kwaliteitscontrole behouden. Duitsland heeft niet getekend voor Plan S. Een andere praktische oplossing is door abonnementen stop te zetten op te dure tijdschriften van commerciële uitgevers. Als niemand ze leest, wordt er ook minder in gepubliceerd.
Kortom, pay-to-publish gaat niet samen met commercieel publiceren en tegelijkertijd het handhaven van wetenschappelijke kwaliteit, concludeert Detlef Lohse. Goed wetenschappelijk onderzoek zou geleid moeten worden voor en door de wetenschappelijke gemeenschap, met name door geleerde genootschappen en universiteiten of instituten. Dat moet de drijfveer zijn.