Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde

Museumwaardige illustraties

Omslag van Het Ruimteboek, uitgeverij Lannoo.

NTvN 85-10

Het oktobernummer is uit!

Data opslaan met licht

De opslag van gegevens in computergeheugens kan een stuk sneller en zonder noemenswaardige warmteproductie door ze met licht weg te schrijven. Illustratie: Brad Baxley.

Vorige Volgende

Artikel

Museumwaardige illustraties

Gepubliceerd: 1 oktober 2019 10:08

Onlangs verscheen de Nederlandse vertaling van Het ruimteboek. Illustrator Chris Wormell en astrofysicus Raman Prinja sloegen de handen ineen en maakten dit prachtige boek. De imposante afmetingen (28 centimeter bij 38 centimeter) en indrukwekkende voorkant trekken direct de aandacht. Ook bij het doorbladeren van het boek wordt direct duidelijk dat autodidact Chris Wormell zijn vak verstaat.

Auteur: Kasper van Dam

Bij de meeste boeken is de vorm ondergeschikt aan de inhoud (tekstuele vorm daargelaten), bij dit boek is het andersom. Elke twee pagina’s zijn opgebouwd uit een korte uitleg over een onderwerp met daarbij een paginavullende illustratie met legenda. Het boek behandelt de gehele sterrenkunde van telescopen tot het zonnestelsel, sterren, melkwegstelsels en uiteindelijk het heelal. Ook begrippen zoals de oerknal en exoplaneten passeren de revue. De illustraties zijn niet anders te noemen dan indrukwekkend. Chris Wormell heeft duidelijk een eigen stijl waarmee hij zeer realistisch kan tekenen (de moderne ruimtetelescopen lijken wel foto’s) maar ook zeer goed overweg kan met concepten waarbij alleen een artist’s impression moet voldoen (een prachtige tekening van het aardmagnetisch veld).

Over de inhoud ben ik echter iets kritischer. De begeleidende tekst bij de illustraties is vaak summier en feitelijk. Dit strookt volledig met de opzet van het boek en daar ben ik zeker niet over gevallen; veel van de feitjes waren juist opmerkelijk en interessant om te weten. Wat mij wel op het verkeerde been zette was dat er in het voorwoord en inleiding herhaaldelijk werd gesproken over een museum met een collectie. Voor in het boek staat dat het in samenwerking met het Science Museum in Londen is gemaakt. Werd dit museum bedoeld? Na wat zoeken bleek de oorspronkelijke uitgave (Planetarium: Welcome to the Museum) onderdeel te zijn van een Welcome to the Museum-reeks waarin ook andere titels zoals Animalium en Dinosaurium zijn verschenen. In de Nederlandse vertaling is dit museumaspect weggevallen behalve in het voorwoord en inleiding. Een ander kritiekpunt is inhoudelijk. Raman Prinja, hoogleraar aan University College London, weet de beschreven onderwerpen beknopt, simpel en interessant te houden maar verraste me soms ook. Zo zou onlangs de reden voor het opvallende gedrag van spiraalstelsels (rotatiecurves) zijn ontdekt. “Het antwoord is donkere materie.” Dit klinkt als een politieke oplossing voor een blijvend mysterie. Wellicht koos de auteur er bewust voor om de beschrijving niet te moeilijk te maken maar iets meer nuance zou niet ongepast zijn.

Mijn kritieken mogen de pret zeker niet drukken. Het ruimteboek is een laagdrempelige en voornamelijk prachtige aanwinst voor iedereen die geïnteresseerd is in de sterrenkunde.