Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde

Bespiegelingen over drijvende paperclips

Wanneer de paperclips bij elkaar in de buurt komen trekken ze elkaar aan en vormen ze uiteindelijk een gebonden geheel. In dit proces worden kleine watergolfjes uitgezonden.

NTVN 85-06

Het juninummer is uit

Metabiomaterialen

In het artikel 'Metabiomaterialen: van strikjes tot zeepfilms en origami' vertellen Sebastien Callens en Amir Zadpoor over hun onderzoek naar metabiomaterialen. Dit zijn metamaterialen die specifiek ontworpen zijn voor biomedische doeleinden, zoals voor het vervangen van ziek of defect weefsel. Foto: Marieke de Lorijn

Vorige Volgende

Artikel

Bespiegelingen over drijvende paperclips

Gepubliceerd: 3 juli 2018 14:02

De ervaring leert dat een voetbal drijft op het water, terwijl een hoefijzer zinkt. Dit is te begrijpen aan de hand van de wet van Archimedes: de opwaartse kracht is gelijk aan het gewicht van het water dat verplaatst wordt door het object. Een voorwerp kan dus drijven wanneer het gewicht kleiner is dan deze opwaartse Archimedeskracht. Voor een massief object, zoals een hoefijzer of een blok ijs, betekent dit dat drijven alleen mogelijk is indien de massadichtheid kleiner is dan dat van water. Echter, zoals te zien is in figuur 1 kan een stalen paperclip drijven op een wateroppervlak. En dat terwijl de dichtheid van de paperclip vergelijkbaar is met dat van een hoefijzer – ongeveer acht keer zo groot als de dichtheid van water. Hoe is dit mogelijk?

Auteurs: Sander Wildeman, Anupam Pandey en Jacco Snoeijer

Lees het volledige artikel in het julinummer van het NTvN.