Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde

Column: Slingers en ballonnen als vak

Foto: Wikipedia - Olivier2000.

NTvN 84-07

Het julinummer is uit!

Lichtende nachtschemering

In het julinummer een artikel over lichtende nachtschemering. Deze lichtende nachtschemering ging gepaard met het verschijnen van lichtende nachtwolken in het schemeringssegment.

Een polarisatie-effect voor het ongewapende oog

Brewsters donkere vlek in een slootje bij laagstaande zon.

Vorige Volgende

Artikel

Column: Slingers en ballonnen als vak

Gepubliceerd: 1 april 2018 13:00

Laatst gaf ik een lezing voor basisschoolleerlingen, over quantumcomputers. Het was een van mijn spannendste presentaties ooit: hoe vertel je een kind over de bizarre en onzichtbare natuurkunde die misschien de wereld van informatie en computers kan veranderen? Na afloop ‘snapte’ naar eigen zeggen ieder kind het volledig. De mooiste reactie: “Ik word later quantummechanicus”. Daar doe ik het voor!

Het afgelopen jaar veranderde ik van bètawetenschapper in sociaal wetenschapper. Vanuit de kelders van het technische-natuurkundegebouw in Delft verhuisde ik naar een kantoor met ramen in Leiden. Ik doe nu onderzoek naar wetenschapscommunicatie, een lastig onderwerp voor veel bèta’s, want hoe, waarom en wanneer breng je je werk onder de aandacht van het publiek?

Mijn promotieonderzoek in de natuurkunde mag ik succesvol noemen. Het zeer gemotiveerde team waar ik deel van uitmaakte, boekte interessante resultaten, publiceerde in toonaangevende wetenschappelijke tijdschriften en ik presenteerde op belangrijke conferenties. Voor een van mijn publicaties ontving ik de NWO Minerva-Prijs.

In mijn promotieonderzoek richtte ik me op experimentele quantumfoutcorrectie. De toekomstige quantumcomputer kan niet zonder: quantuminformatie is zo fragiel, dat die snel verloren gaat. Om bruikbare quantumberekeningen te doen, is het daarom nodig om fouten in quantuminformatie te kunnen corrigeren. Bij QuTech in Delft lukte het ons team om zulke quantumfoutcorrecties herhaaldelijk uit te voeren.

In ons werk sloegen we quantuminformatie op in de kernen van drie atomen in diamant. We gebruikten een elektron, dat we snel kunnen meten en controleren, als tussenstation om fouten die de atoomkernen maken te detecteren. Zo detecteerden we fouten in de opgeslagen informatie. Omdat de atoomkernen hun informatie lang kunnen bewaren, hadden we tijd om de fouten direct te corrigeren met behulp van snelle elektronica. Hiermee waren we de eersten die lieten zien dat we een quantumsuperpositie langer in stand konden houden mét foutcorrectie dan zonder: een heel belangrijke stap in de richting van bruikbare quantumberekeningen.

Ik was zó trots op het resultaat, dat ik het ook graag met anderen wilde delen. Daarom schreef ik een persbericht, meerdere blogs voor Faces of Science, vertelde ik erover met ScienceBattle in theaters en maakte ik een informatief filmpje met Bruno van Wayenburg. Hoewel het artikel op 5 mei 2016 verscheen in Nature Communications, geen al te beste dag voor wetenschapsnieuws, pikten meerdere media het onderwerp op. Het delen van mijn resultaten vond ik het leukste aspect van mijn onderzoek: eindelijk slingers en ballonnen voor het werk in die donkere kelder.

Die slingers en ballonnen zijn leuk, maar vooral ook heel erg belangrijk omdat wetenschappelijk onderzoek vaak relevant is voor de maatschappij. Wetenschappelijk onderzoek levert kennis op, nieuwe inzichten en mogelijk nieuwe toepassingen. Daarnaast hebben veel mensen vragen die door de wetenschap soms makkelijk beantwoord kunnen worden. Dat zie je bijvoorbeeld in de Nationale Wetenschapsagenda.

Te weinig wetenschappers hebben, nemen of krijgen de tijd en ruimte om hun werk aan de buitenwereld te laten zien. In mijn eerste onderzoek als postdoc Science Communication in Leiden verkende ik samen met Sofia Sarperi en Pedro Russo hoe dit komt en hoe dit verbeterd kan worden. De resultaten van dit onderzoek zijn te vinden op bladzijde 124 in dit nummer van het NTvN.

Het belangrijkste van wetenschapscommunicatie vind ik het bereiken van een divers publiek. Als wij wetenschappers ons enthousiasme weten over te brengen, kunnen we een brede groep mensen interesseren en informeren. Wetenschap is niet alleen voor de happy few. En hoe meer geïnteresseerden, hoe groter de kans op talentvolle, succesvolle en gemotiveerde wetenschappers, maar ook op kritische en betrokken burgers. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan: hoe bereik je een brede groep?

Daarom richt ik me nu, in de onderzoeksgroep van Ionica Smeets, op het bereiken van nieuwe doelgroepen. Wie zijn ze, wat willen zij zien en horen, welke vragen hebben zij en wat is er nodig om hun interesse te wekken? Door deze vragen gericht te onderzoeken, hopen we een verschil te maken.We willen diversiteit in de wetenschap vergroten, de kloof tussen verschillende achtergronden verkleinen en er zo aan bijdragen dat de toekomst van de wetenschap in talentvolle en gemotiveerde handen blijft liggen.

Julia Cramer